Friday, October 27, 2017

Kinderen en vakantie

Vakantie met onze kinderen. Heerlijk uitrusten, even niks doen. Niets moet, alles mag. Relaxen aan het strand met een boekje terwijl de kinderen heerlijk in het zand spelen. Gezellig uit eten met elkaar en de lange wandeling terug naar het huisje lopen in de avondzon. Of heerlijk door een stadje slenteren, winkeltje in en winkeltje uit. Of naar een mooi pretpark, de Efteling bijvoorbeeld. Genieten van de lachende koppies van de kinderen.

Ja, en dat is dus precies NIET hoe vakanties met kinderen eruit zien. Tenminste de onze niet. Begrijp mij niet verkeerd hoor, ik heb graag vakantie, en ja, zelfs met de kinderen. Maar relaxen met een glas wijn zit er niet bij, tenminste, niet zolang de kinderen wakker zijn.

Zo waren wij afgelopen zomer twee dagen naar de Efteling. We gingen heen op een dag dat je dacht dat het herfst was. Of winter, in IJsland (ik overdrijf).
Ik had van te voren ponchos gekocht. Van die lelijke blauwe. En geloof mij, alleen al het kopen kostte mij moeite. Want wat een foei lelijke dingen zeg. Ik weet nog wel dat ik in mijn pubertijd er niet dood in gevonden wilde worden. Maar goed, terug naar de Efteling.

Het regende dus, hard. De hele dag. En nacht. En daarna nog een dag. De eerste dag leek het alsof de kinderen suikerklontjes als ontbijt hadden gehad. Suze wou voor geen goud in de buggy. Dus zij ging lopen (alle kanten uit behalve de goede). Finn wil overal in zonder te wachten. Tja, dan moet je niet naar de Efteling. Maar vertel dat een 4- jarige. Daar had hij dus geen boodschap aan, Suze ook niet trouwens. Dus als een super gelukkig gezin sta je 45 minuten in de rij (valt nog mee), de kinderen tevreden te houden met stukjes fruit (oké, met snoepjes). Eenmaal in de attracties maakt het dat wachten (bijna) goed. Want die koppies, heerlijk. Maar dan is de attractie voorbij: "Mam! Nog een keer!". "Dat kan lieverd, dan moeten we weer in de rij gaan staan". Het hoofd van Finn sprak boekdelen. Dat wachten was natuurlijk niet de bedoeling.

De tweede dag was het zo mogelijk nog slechter weer. Maar dat bracht wel een voordeel met zich mee. Er waren maar weinig mensen die zo dom waren als ons om deze dag uit te kiezen om naar de Efteling te gaan. Nergens stond een rij, zelfs niet bij de geliefde 'Droomvlucht'. We konden er vier keer achter elkaar in! Gewoon blijven zitten en doorgaan. Nu moet ik wel zeggen dat het de vierde keer meer een nachtmerrie dan een droom was. Maar voor de kinderen was het één groot feest. En oké, ondanks dat we tot het ondergoed nat waren en de kinderen blauwe lippen hadden van de kou, waren het de twee mooiste dagen van de zomer.

Saturday, October 21, 2017

Een knuffelbeer en een luchtalarm

Finn is zachtaardig, rustig (heus niet altijd), en lief voor anderen. Voornamelijk voor zijn zusje. Hij is het jongetje dat andere kinderen troost of heel erg schrikt wanneer ik boos word. Het jongetje dat roept: "love you mama!"of uit zich zelf zegt: "ik heb je gemist mama". En als ik hem vraag om even te blijven staan, doet hij dat gewoon. Finn kan zo een uur t.v. kijken en niets meer merken van zijn omgeving. Of in de auto uren (beetje overdreven) uit het raam kijken. Ik dacht ook werkelijk dat ik best goed was in opvoeden, totdat wij Suze kregen.

Suze is het meisje dat het speelgoed afpakt van haar broer als ik niet kijk. En wanneer iemand haar speelgoed afpakt zo hard gilt, dat je denkt dat ze op het minst haar been gebroken heeft. Als ik tegen haar zeg: "ik hou van jou Suze!" zegt Suze steevast: "nee". Een 'slap in the face', elke keer weer. Wanneer ik haar vraag om te blijven staan, rent ze zo snel weg dat het zweet mij uitbreekt van het achter haar aan vangen. Wanneer ik boos ben op haar omdat ze, zomaar een voorbeeld, Finn zijn klei in de prullenbak gooit of alle blaadjes van de kamerplant trekt (waargebeurd), lacht ze heel hard.

Ik vraag mij vaak af hoe het kan dat wij twee totaal verschillende kinderen op de wereld hebben gezet. Omdat ze zo verschillend zijn moet ik bij Suze het opvoeden weer helemaal opnieuw uitvinden. Want wat bij Finn werkt, werkt bij Suze niet.

Ik heb met Finn nooit een complete breakdown midden in de supermarkt gehad. Bij Suze wel. Met een krijsend kind die niet in de kar wil zitten, maar ook niet wil lopen, of kruipen, rollen, tijgeren of rennen, kreeg ik op een haar na zelf ook een breakdown. Maar ik heb mijn boodschappen gedaan, 15 minuten lang, met een krijsend kind. En geloof mij, ik zie ze wel kijken. Die mensen met een oordeel. Maar echt, denk maar niet dat ik zonder boodschappen naar huis ga. Dus met een rood hoofd en mini zweetdruppels op mijn voorhoofd sta ik bij de kassa, glimlachend naar de kassajuffrouw (want praten met een luchtalarm naast je oor gaat wat moeilijk). Blij dat ik weer naar huis kan. Maar wel met boodschappen. Want hoe koppig Suze ook is, ze heeft het niet van een vreemde (van mijn man, want ik ben niet koppig, nooit geweest ook). En daar komt ze vanzelf achter.

Suze heeft sinds kort ook bedacht dat je kan gaan gillen in de auto omdat je er uit wil. Dat ze in de auto ook best Finn nog kan plagen en haar schoenen uit gegooid kunnen worden. Ook heeft ze op een haar na uitgevonden hoe ze de gordel af kan doen. Finn is er überhaupt nooit achter gekomen dat dit alles tot de mogelijkheden behoort. Die kijkt gewoon dromerig naar buiten. Een lange autorit is ineens een stuk minder gezellig geworden.

Maar toch, wat een heerlijke ondeugden zijn het. Suze kan, elke dag weer, niet wachten tot haar grote broer thuis komt. En als Finn ons bij het hek ziet staan weet hij niet hoe gauw hij naar ons toe moet rennen (al gaat hij soms met een grote boog om zijn zusje heen om zo sneller bij mij te zijn. Je zou Suze haar gezicht dan eens moeten zien, hilarisch). Ze kunnen niet met, en niet zonder elkaar. En ik zou niet weten wat ik zonder hen zou moeten.


Sunday, October 15, 2017

Bende van ellende

In de ochtend begint het met de wekker. Blijkbaar had ik hem gisteren op 'alleen trillen' gezet. Ken je die wekkers van vroeger met die rode cijfers? En dan de herrie dat uit die wekker kwam? Nou, zo klinkt het ook als je tegenwoordig je telefoon op 'alleen trillen' zet en op het nachtkastje legt. Vanmorgen was dus een heerlijke start. Echt heerlijk wakker worden.
Na even in zelfmedelijden op de rand van mijn bed gezeten te hebben, ben ik toch maar de dag begonnen.

Finn moet naar school, dus ik start mijn (inmiddels geoliede) routine. Toch bedenkt Suze vlak voor het weggaan nog even haar luier te voorzien van een nogal geurende substantie. Minder prettig. Dus op een snelheid die zelfs Max Verstappen mij niet na doet, verschoon ik de luier en race als een malle naar school.

Aan het hek spreek ik af met een vriendin een bakkie (koffie) te doen maar ik moet eerst boodschappen halen. Omdat ik natuurlijk al blij wordt bij de gedachte aan een kop koffie, ga ik meteen door van school naar de winkel. Kind in de auto, er weer uit, in het karretje, de winkel in, de eerste boodschappen in de kar en... kak! Portemonnee nog thuis. Ja, JEMIG. Dan maar eerst koffie. Want nu nog een keer heen en weer racen trek ik heus niet zonder mijn geliefde cafeïne. Had ik al verteld dat ik op dit punt nog niet ontbeten heb? Handig.

Na een heerlijk koffiemomentje ga ik opnieuw boodschappen doen. Rustig in de winkel, Suze vrolijk met een appel in de kar ( ik bied alvast mijn excuses aan voor de volgende die het karretje gaat gebruiken. Want Suze met een appel, staat gelijk aan een smeerbende). Ik krijg weer moed!

 Eenmaal bij de auto met zo'n 40 items in mijn kar kom ik tot de realisatie dat ik geen tassen heb. Jep, dat wordt sjouwen tot ik een ons weeg. Komt op zich goed uit want ik kan wel vast wat calorieën verbranden. Want uit die 40 items bestaan er minstens 3 uit chocolade. No shame.

Thuis pak ik de boodschappen  uit en doe ik de appels in de fruitschaal. Ik stapel ze met precisie op zodat alles in de schaal past. Ik draai me om en hoor alle appels van de schaal rollen. Een dramatische poging om ze op te vangen mislukt. Nog net niet met een boogje vallen ze van het aanrecht. Suze roept "oooohhhhh".

Ik kijk op de klok. Het is nog maar half 12. Ik druk de koffie pot maar alvast aan.

Tuesday, October 10, 2017

Bofkonten

Ik voel me niet fit, ik ben moe en alles doet zeer (even zeuren, laat me). Laten we het een algehele malaise noemen. Mijn man komt binnen na een dag hard (neem ik aan) werken en ziet mijn gezicht. "oeh, gaat het wel schatje?" "Nee, niet echt". Hij biedt aan het eten op te scheppen en laat mij lekker zitten. Tijdens het eten geeft hij aan de kinderen wel naar bed te brengen. Ik zeg beneden wel puin te gaan ruimen. Aan de hoeveelheid speelgoed verspreid over de vloer te zien, zou je denken dat dit huis een kinderdagverblijf is. Maar nee, het is gewoon onze woonkamer.

Onder licht protest en na alle mislukte 'tijd rek' trucs die ze met z'n tweetjes konden verzinnen, gaan de kinderen dan toch naar boven.

Ik zet een muziekje aan en begin met opruimen. Ondertussen hoor ik over de babyfoon de gesprekjes tussen de kinderen en mijn man. Finn zit duidelijk vol verhalen en ik hoor Suze zo nu en dan heel hard lachen. Eerst krijgt Suze een verhaaltje voorgelezen en wordt er een prachtig lied gezongen van zeer hoge kwaliteit, met exact de juiste toonhoogte (niet gelogen, waargebeurd). Daarna krijgt Finn dezelfde 'behandeling'. De geduldigheid die mijn man heeft, en nog op kan brengen na een dag werken, vind ik knap. Vertel het hem maar niet, maar daar kan ik nog wat van leren.

We zijn inmiddels alweer 14 jaar samen. En in die jaren was het heus niet alleen maar rozengeur en manenschijn. Echt niet. Als pubers kwamen we bij elkaar. En met die gierende hormonen zijn we gaan samen wonen toen we 18 waren. In een kamer van vier bij vier en een slaapkamer die bestond uit alleen een bed. Want meer kon er niet in. Nou ik kan je vertellen, als je een relatie test wil, moet je dat eens proberen. Maar ik dwaal af. Terug naar vandaag.

En dan, omdat ik moe ben, maar ook omdat sinds ik kinderen heb labieler ben dan dat ik zou willen (ik bedoel natuurlijk emotioneel flexibel), pink ik een traantje weg. Deze kinderen hebben de beste papa op de wereld. Wat een bofkonten.

Friday, October 6, 2017

Eenzaam

Mijn oma is een lieve, zorgzame vrouw. Vroeger logeerde ik daar maar al te graag. Het was altijd een groot feest (behalve tijdens het journaal, dan moesten we stil zijn). Ze noemt een pyjama, een piemelejama. En als kinderen vonden we dit natuurlijk hilarisch (oké, nu nog steeds). Oma had en heeft nog steeds altijd pepermuntjes in haar jaszak. Als ik haar zie voorziet ze me daardoor van een frisse adem. Zie je wat ik bedoel met zorgzaam? Van een frisse adem wordt iedereen blij.

Geleidelijk is er een verandering gekomen in hoe ik altijd mijn oma heb gekend. Mijn oma heeft namelijk net de diagnose 'Alzheimer' gekregen. Vrijwel iedereen weet wat dit is, maar of ze ook echt snappen wat dit inhoud? Ik denk dat je dat alleen echt begrijpt wanneer je het van dichtbij mee maakt.

Ik zat, niet zo heel lang geleden, met haar op het bankje in de speeltuin. De kinderen waren lekker (op hier en daar haren uitrekken en mopperen op elkaar na dan hè, laat ik het realistisch houden) aan het spelen. Ik vroeg haar hoe het ging. Lastige vraag en veel te breed gevraagd natuurlijk. Maar ik kreeg een antwoord. " Ik voel me niet zo happy. Ja, alleen hè, sinds opa er niet meer is." De avonden duren lang voor haar en ze weet dat ze steeds meer dingen vergeet. Ze verliest stukje bij beetje zichzelf. Ik voel dat dit mij raakt. Mijn oma, die altijd voor iedereen heeft gezorgd, voelt zich alleen. Ik voel de tranen opkomen, maar druk ze gauw weer weg.

De juiste hulp krijgen voor mijn oma is zo makkelijk nog niet. Daar gaat ontzettend veel tijd in zitten. Zorgen dat mijn oma de juiste zorg krijgt, doet mijn moeder. En in de huidige maatschappij wordt verwacht dat je dit allemaal maar kan doen, naast je baan, je kinderen, kleinkinderen en niet te vergeten, je sociale leven. Makkelijk toch? Nee dus. Kei harde realiteit is dit. Verdrietig word ik er van.

Ik probeer zo veel mogelijk naar mijn oma te gaan. Ze geniet heel erg van haar achter kleinkinderen. Want zelfs als ze op haar nek springen, boos op elkaar zijn, of veel te hard schreeuwen, zie ik een lach op haar gezicht. En daar doe ik het voor. Dit uurtje voelt ze zich even niet alleen en hoeft ze niets te onhouden.

Tuesday, October 3, 2017

Het tweede kind syndroom

Kort geleden vroeg iemand aan mij of Suze al zindelijk is. Mijn antwoord: "hahaha, nee!". Ik vond het een grappige vraag, maar aan haar gezicht te zien bedoelde ze het serieus. Oops.

Als deze mevrouw dit pak hem beet 2 jaar terug had gevraagd, toen Finn zo oud was als Suze nu is, had ik hierop echt niet hetzelfde gereageerd. Toen had ik nog last van 'eerste kind syndroom', ook wel 'streskip' genoemd. Bij Finn is het namelijk als volgt gegaan:

Toen hij bijna 2 jaar was besloot ik dat hij maar eens zindelijk moest worden. Nou ja, eigenlijk had ik dat helemaal niet zelf besloten. Ik kreeg namelijk zo vaak de vraag of wij al bezig waren hem zindelijk te maken dat ik lichtelijk de sociale druk voelde om hier aan te beginnen.

Ik heb me helemaal verdiept in het zindelijk worden en wat je als ouders dan moet doen. Ik besloot te gaan werken met een zelfgemaakte poster (klinkt mooier dan dat hij was hoor, want ik kan heus niet knutselen). Op deze poster moest hij een weg afleggen. Elke keer als hij op het potje plaste kreeg hij een sticker. Had hij de hele weg vol geplakt met stickers, kreeg hij een cadeautje.

Nou, dat vond Finn machtig mooi. Maar gehaaid als dat kleine mannetje was, ging hij VET vaak naar de w.c. Er kwamen dan drie druppeltjes uit, die hij met veel moeite eruit perste. Want ja, dan kreeg hij weer een sticker. Dus ik denk, binnen 4 dagen, had hij zijn straatje vol met stickers. Meneer kreeg zijn cadeau en daarna peinsde hij er niet over om op de w.c. te gaan plassen. Heel veel moeite, maar geen resultaat.

Omdat ik al moe was bij de gedachte, nog een poster te maken. Heb ik het even gelaten voor wat het was ( met even bedoel ik een heel jaar. Ja ik weet het, zeg maar niks). Natuurlijk ging hij af en toe naar de w.c.. Maar zindelijk kon je het niet noemen.

Toen, een paar dagen na zijn 3e verjaardag, stond Finn op en zei hij: "vandaag wil ik geen luier meer om mama, nooit meer eigenlijk". "Finn, dan moet je vanaf nu op de w.c. plassen ". Ik kreeg een : "jaaahaa " en vanaf die dag was hij zindelijk.

En nu is elk kind anders, en doet elke moeder het op een andere manier, maar aan zindelijkheidstraining begin ik nog niet bij Suze. Relax, het komt vanzelf is mijn motto. Ook wel "tweede kind syndroom" genoemd.

'Het avontuur dat Gent heet'

Terwijl ik dit typ, zit ik in de trein terug naar huis vanaf Gent. En dat is best gek. Miriam (bestie) en ik zijn namelijk met de auto verto...